Corsica- Cote d’Azur

Donderdag 27 juli 2017. Voor vandaag geeft de weerkaart een “windgat” tussen de zware winden door en dat willen we maar al te graag gebruiken. Voor de afstand van bijna 100 mijl hebben we natuurlijk wel wat vaartijd nodig, dus de wekker gaat al om 01.30 uur! Onmenselijk bijna! De kroegen op de havenkade zijn niet eens gesloten, de muziek draait nog en wij staan al op om te vertrekken. Er is totaal geen maan en in het pikkedonker “sluipen” we stilletjes de haven van Calvi uit. Volledig op de apparatuur vinden we onze weg, om ons heen is het pikkedonker. In de baai is het nog ongeveer windstil, maar zodra we de zee op steken neemt de wind fors toe –op kop natuurlijk- maar vervelender vinden we dat er nog steeds een mega-swell staat. Na een half uur kan de fok bijgezet, de Aveline legt zich op een kant en ze loopt lekker haar mijlen. Comfortabel is het niet: het zeewater vliegt over dek, alles –ook in de kuip- is nat en zout en ook wij zelf vliegen van links naar rechts op de boot. Ontspannen zitten gaat bijna niet, dus zetten we ons schrap en houden we ons continue vast. Daar word je dood- en doodmoe van! Zelfs Martje (nog nooit last van zeeziekte gehad) is nu katterig en voelt zich zeker binnen niet prettig. Rond 6 uur ’s-ochtends wordt het licht en dat voelt al een stuk prettiger. We zien ook overal de korsten zeezout die zich in de nacht op de boot hebben opgebouwd. Alles plakt van het zout. Na ongeveer 50 mijl (halfweg) neemt de wind af en gelukkig wordt ook de swell veel minder.

Om beurten kunnen we nu een paar uurtjes slapen; knappen we van op. De Aveline houdt zich prima in dit weer en geeft geen krimp. Een geweldig schip vinden we allebei, een schip dat we onder zulke omstandigheden steeds meer gaan waarderen. De aanloop van de haven van Anges (nabij Nice) is wel heel gemakkelijk: drie torenhoge piramidevormige flats aan de haven zijn duidelijk te zien op ongeveer 20 mijl. We hebben vanaf Corsica gereserveerd in deze haven en -na diesel bunkeren- meren we 15 uur na ons vertrek uit Calvi in een keurige box af. Eerst de boot opruimen en schoonspoelen, vervolgens een paar koude biertjes en dan vallen de luifeltjes snel dicht. We zijn weer op het vasteland! Vrijdag helemaal fris bijgeslapen de trein genomen vanaf Anges naar Nice, een korte rit. Het is bloedheet als we uit het station komen, dus eerst maar koffie en een biertje op een terras. We wandelen tussen de prachtige grote gebouwen, rijk versierd, kijken onze ogen uit, maar moeten ook weer even “wennen” aan de drukte van verkeer en mensenmassa’s in deze grote stad. Alles rijdt hier door elkaar, geen enkele automobilist stopt voor een zebrapad, en de trams komen uit onverwachte hoeken op je af.

We lopen over de boulevard naar de lift die ons naar het hoog boven de stad gelegen kasteel brengt. Een prachtig uitzicht hebben we hier over de boulevard, de stad en de haven.

We bezoeken de Cathedrale St. Répate en ook een (kleine) kopie van de Parijse Notre Dame.

Mossels in look

 

Natuurlijk doen we ons tegoed aan de mosselen in look, overgoten met een goed en groot glas bier. Prachtige stad Nice! Doodmoe nemen we de trein terug en ook deze avond wordt het niet laat in Anges.

 

Zaterdagochtend nemen we de trein de andere kant op, richting Cannes. Buiten het station valt op dat Cannes niet de grandeur heeft van een stad als Nice. Het is er mooi, maar kleinschaliger, buiten dan de jachthaven, die is echt megagroot met een hele reeks dito-jachten.

Cannes

 

We brengen geruime tijd door met ons vergapen aan de jachten. Met name de oude, houten, antieke zeiljachten vervelen nooit en zeker als het dan allemaal ook nog eens in nieuwstaat is, ondanks een bouwjaar begin 20e eeuw.

Ook hier brengen we onze tijd prima zoet, eten wat lekkers met een groot glas bier op een terras en nemen de trein weer richting Anges. Zondag op tijd losgemaakt en net buiten de haven van Anges de zeilen gehesen. We zeilen langs de kust naar het westen en het eerste uur gaat dat nog redelijk (5 knopen), maar het tweede uur neemt de snelheid af tot onder de 3 knopen en moet de motor bij. Er staat helemaal geen swell, dat kan dus ook! Maar we lachen te vroeg, want rond 12.00 uur komt een hele colonne van 40m+ motorschepen ons voorbij, alles vol gas, zware golven trekkend, om toch zeker binnen het uur 30 mijl verder te zijn. Ongelooflijk wat een vermogen de motoren produceren om zo’n groot schip in plané te brengen. Stuk voor stuk veroorzaken ze een hekgolf van drie tot vier meter, die ons dan weer lekker aan het hobbelen brengt. Ze lijken het ook leuk te vinden om met zo’n scheurijzer tot op 20 meter van je boot voorbij te varen: dan heb je tenminste goed kunnen zien hoe hard ze kunnen (en slaan de golven over jouw dek)!

In de Golf van Fréjus neemt dit geweld af en kunnen we rustig onze zeilen opbergen. We hebben een gereserveerde box in de marina St. Lucia in St. Raphael. Prachtige en rustige plek. ’s-Avonds nog gewandeld naar de oude stad (15 minuten) en daar zit het bom- en bomvol met toeristen. Wij nemen genoegen met een ijsje en wandelen terug naar de rust van de marina. Maandagochtend wandelen we naar het station van St. Raphael en nemen de trein naar het centrum van Fréjus. De oude stad is fraai, veel oude panden, smalle straten en kleurige huizen. Het oude deel van de stad huisvest veel kunstenaars en dat zie je aan alles: versierde lantaarnpalen, parkeerpaaltjes, geveltekeningen etc. etc. Ook hier op een fraai plein de tijd voor een hapje en een koud biertje.

Vanuit de oude stad wandelen we in ongeveer een half uur naar de jachthaven van Fréjus: groot, luxe en modern van opzet, waarbij we een vergelijk met de haven van het Engelse Eastbourne voor ogen krijgen.

Omdat het een half uur terug lopen naar het station is, gaan we via de strandroute te voet terug naar St. Raphael, ongeveer drie kwartier lopen. In de zon, maar daarom smaakt het biertje aan boord van de Aveline des te beter! We krijgen nu bij het vaste land wel steeds meer een “vakantiegevoel” in plaats van het “reisgevoel” dat we eerder hadden.

Beetje veel paars misschien? (Fréjus)